Geschiedenis‎ > ‎

Architect

SchinkelLAB wordt in 1956 ontworpen voor het Amsterdams Tandtechnisch Laboratorium door architecten Ben Ingwersen en Commer de Geus van architectenbureau De Geus & Ingwersen uit Amsterdam. De Geus en Ingwersen werden bekend met de Ambachtsschool in de Wibautstraat en het Autopon aan de Overtoom.


C. de Geus (1889-1957)
Commer de Geus werkte als architect samen met J.B. Ingwersen (1921-1996) in het bureau De Geus & Ingwersen. Zij bouwden bijv. de Ambachtsschool aan de Wibautstraat te Amsterdam; de LTS Patrimonium aan de Vrolikstraat te Amsterdam (1952-1956). Eerder bouwde De Geus o.a. het z.g. 'gele kerkje' aan de Middenweg te Andijk (1928). Vanaf 1953 was De Geus lid van het bestuur van de BNA; in 1957 als waarnemend voorzitter tijdens ziekte van H.J.W. Thunnissen (1890-1978), en de laatste weken voor zijn dood als voorzitter.
Opleiding: TH Delft (Prof. J.A.G. van der Steur)

Nevenactiviteiten: bestuur BNA/lid/1953-1957;bestuur BNA/waarnemend voorzitter/1957;bestuur BNA/voorzitter/1957 C. de Geus en J.B. Ingwersen




J.B. Ingwersen (1921-1996)

Joh. Bernard Ingwersen (1921-1996) woonde en werkte zijn gehele leven in Amsterdam waar hij bovendien een groot deel van zijn oeuvre realiseerde. Op de Academie van Bouwkunst kwam hij in aanraking met de ideeën en werken van Le Corbusier die van grote invloed op zijn werk zouden zijn. Zo heeft Ingwersen tal van Corbusiaanse elementen in zijn werk gebruikt en vele monumentale en moderne gebouwen gerealiseerd ieder met een eigen, karakteristieke uitstraling. Met Autopon, de Ambachtsschool en De Utrecht heeft Ingwersen een opvallende bijdrage geleverd aan de naoorlogse cityvorming van Amsterdam. Door de bouw van tientallenscholen heeft Ingwersen bovendien invloed uitgeoefend op de vorming van vele bewoners van Amsterdamse wijken als Osdorp, Slotervaart en Amsterdam West en Noord. Joh. Bernard Ingwersen werd op 12 april 1921 in Amsterdam geboren. Na de MTS volgde hij de opleiding tot architect aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam. Gelijktijdig was hij werkzaam bij een architectenbureau in Velp en daarna kwam hij in dienst bij het architectenbureau C. van der Bom in Amsterdam. Vanaf 1950 werkte Ingwersen voor de architect Commer de Geus (1989-1957). De Geus was onder meer bekend door zijn benoeming, vlak na de Tweede Wereldoorlog, tot voorzitter van de Kring Amsterdam. Omstreeks 1955 associeerden beide architecten zich. Zij hielden kantoor aan de Willemparksweg 132 onder de naam De Geus en Ingwersen. Het bureau bestond maar korte tijd aangezien De Geus in 1957 kwam te overlijden. Hij was toen overigens net gekozen tot voorzitter van de BNA. Ingwersen voerde daarna zijn eigen bureau tot 1990. Het architectenbureau Giljam & Jacobs is de opvolger van het bureau J.B. Ingwersen en gevestigd in hetzelfde pand aan de Willemsparkweg.


Opleiding en Inspiratie

Ingwersen studeerde in 1951 af aan de Academie bij docent Ir. W. van Tijen. Zijn afstudeerwerk behelsde het ontwerp van een wooncentrum met voorzieningen aan de rand van de historische kern van de Amsterdamse binnenstad langs de Amstel. Ingwersen schrok er niet voor terug om hier een slank hoog woongebouw op poten te projecteren in combinatie met een langgerekte galerijflat met maisonnettes van verschillende grootte. De vrijgeplaatste gebouwen, het gebruik van pilotis en het ontworpen dak met dakterrassen en diverse zaaltjes doen denken aan het werk van Le Corbusier (1887-1965).

Na de oorlog besteedde de Amsterdamse Academie, met docenten als Rietveld, Mart Stam en Van Tijen, volop aandacht aan de ideeën en het werk van Le Corbusier. Ingwersen werd gegrepen door de publicaties in de vakpers en ongetwijfeld door de tentoonstelling in 1947 in het Stedelijk Museum over Le Corbusier. De franse architect werd, net als voor veel van Ingwersen zijn collega-architecten, zijn belangrijkste inspiratiebron. Later zag Ingwersen de kans om veel werken te bekijken. Niet alleen bezocht hij in 1950 het gebouw van het Leger des Heils (1929) in Parijs en kort daarop l'Unite d'Habitation (1947-1952) in Marseille, ook ging hij met een Corbusiergenootschap naar Chandigarh om daar de regeringsgebouwen van Le Corbusier te bewonderen.
In de wederopbouwjaren verwerkte Ingwersen, evenals veel andere Nederlandse architecten deden, veel elementen die qua concept of qua detaillering direct op Le Corbusier zijn terug te voeren. Van l'Unite, een van de beroemdste woongebouwen van Corbu, werden de pilotis, de plattegrond met middengang en het gebruik van het dak als buitenruimte razend populair. Ook Corbusiaanse elementen zoals golvende daken, beton-brut, hellingbanen, de vrije plattegrond, horizontale raamstroken, brises-soleils en glas-in-beton vensters werden bijvoorbeeld door Bijvoet & Holt, K.L. Sijmons en Van den Broek en Bakema tal van keren toegepast. Voor de oorlog waren de meeste Nederlandse ontwerpen met Corbusiaanse kenmerken onuitgevoerd gebleven, maar in de jaren vijftig en zestig konden architecten hun bewondering voor Le Corbusier daadwerkelijk gestaltegeven.

Het woongebouw l' Unité werd duidelijk door De Geus en Ingwersen als voorbeeld genomen bij het ontwerp van de Christelijke LTS/Ambachtsschool aan de Wibautstraat (1952-1956). Ook tonen de architecten dat ze zich de functionalistische stedenbouwkundige ideeën van Le Corbusier hadden eigen gemaakt. Zo staat de Ambachtsschool niet langs de brede Wibautstraat maar is het gebouw noord-zuid georiënteerd zodat de leslokalen optimale licht- en luchttoetreding genieten. De transparante bouwlaag op de begane grond, met betonnen pilaren en glas, en het rondom gelegen groene grasveld benadrukken de vrijstaande positie van het gebouw dat in de volksmond 'het schip' werd genoemd. De plattegrond van de Ambachtsschool met middengang, de toepassing van beton-brut met de textuur van de houten bekisting, de open gevels met betonnen roosters die het licht filteren, de expressieve luifel bij de hoofdentree, het dak waar de technische voorzieningen, terras en de schuine kap van de gymnastiekzaal een eigen daklandschap vormen en de toepassing van wandversieringen in betonreliëfs zijn stuk voor stuk uitvindingen van Le Corbusier.

Scholenbouw

Dankzij de contacten van De Geus met een aantal christelijke schoolbesturen in Amsterdam kreeg het bureau in de jaren vijftig en zestig tal van opdrachten voor het ontwerpen van lagere, middelbare, technische en nijverheidsscholen.

De uitbreidingen van de scholengemeenschap Pascal aan de Cornelis Lelylaan (1959-1964) en de Christelijke LTS/MTS Patrimonium aan de Vlaardingenlaan in Amsterdam-West zijn bekende voorbeelden. Op verschillende manieren werden in de scholenbouw functionalistische principes op elegante wijze toegepast. Zo is het Christelijk Lyceum aan de Cornelis Lelylaan ondergebracht in een langgerekt blok van vier bouwlagen waarbij alle lokalen op de zon zijn georiënteerd. Op het dak bevinden zich uitstulpingen voor een lokaal voor kosmografie en een zaal voor de leerlingenvereniging. Aan de zuidzijde is een expressief gebouw met een golvend dak verrezen voor bijzondere bijeenkomsten.
Ook de lagere Philippusschool aan de Louis Bouwmeesterstraat in Amsterdam-Slotervaart kenmerkt zich door moderniteit. Het lage gebouw heeft een precieze noord-zuid oriëntatie, net zoals de omliggende woningbouw, zodat de lokalen optimaal daglicht verkrijgen. De zeven lokalen zijn in een carré geplaatst. De hogere centrale hal kan voor allerlei doeleinden worden gebruikt. Ingwersen ontwierp in zijn carrière meer dan 45 scholen. De meesten zijn in Amsterdam gerealiseerd maar in de jaren zeventig bouwde hij bijvoorbeeld ook een college in Terneuzen en in de jaren tachtig een in Zielhorst, Amersfoort.

Het Zeldenrustcollege in Terneuzen (1974-1978) is gebaseerd op een plan van drie lestorens van drie bouwlagen die op de begane grond en op de eerste verdieping met elkaar verbonden zijn. De maten in het gebouw zijn gebaseerd op een module en de gevels zijn opgetrokken in baksteen. Daarmee past het gebouw in de contemporaine bouwstijl van het structuralisme dat zich kenmerkt door op module gebaseerde bouwcomplexen die makkelijk uitbreidbaar zijn. De torens van het Zeldenrustcollege bestaan uit twee carrés die elkaar ten dele overlappen. Hier zijn verkeersknooppunten en toiletten gesitueerd. De opdeling van de school in torens leverde de mogelijkheid om vakgroepen en leeftijdsgroepen apart in te delen. Opvallend is de bijbehorende sporthal die met een houten hangdak is afgedekt.



Expressieve bedrijfsbouw

Behalve aan scholenbouw werkte Ingwersen tevens aan diverse bedrijfspanden zoals het Autopon aan de Overtoom (1955-1961) en aan de kantoorgebouwen Gebouw Wella aan de Keizersgracht en De Utrecht aan de Amstel (1960-1972). Bekend zijn verder de inmiddels gesloopte Villa Ponsen aan de Rivierenstraat (1955) en het Woonhuis van Ginneken aan de Prinses Marijkestraat (1958) wederom te Amsterdam.
Het representatieve Autopon werd in opdracht van de Volkswagen-importeur en autocoureur Ben Pon gebouwd op een strategisch punt aan de Overtoom nabij de westelijke invalswegen van Amsterdam. Behalve een servicebedrijf dat destijds van de meest moderne en apparaten en installaties was voorzien, bevat het gebouw 56 ruime woningen en een parkeerkelder voor 200 volkswagens. Ook het Autopon heeft Corbusiaanse kenmerken zoals de gebogen betonnen gevel met roosters, robuuste pilotis over de eerste twee bouwlagen en expressieve uitstulpingen bij de entree (skybox met showmodel) en de overstekende directiekamer op het dak. De woningen zijn ondergebracht op de bovenste verdiepingen van het gebogen Autopon en in een afzonderlijke flat aan de Zocherstraat.
Het moderne Gebouw Wella (1957-1958) staat aan de historische Keizersgracht tussen 17e eeuwse panden. De open glasgevel met betonnen roosters wordt, dankzij de uitgebouwde trap en stoep en door de nadrukkelijke dakbeëindiging met terras, van een duidelijke sokkel en dakrand voorzien waardoor het geheel aansluit bij de historische omgeving. De open kantoorvloeren baden in daglicht. De begane grond beschikt over extra plafondhoogte.
Aanvankelijk schetste Ingwersen in 1960 voor de locatie aan de Amstel op de hoek met de Sarphatistraat een rank kantoorgebouw met ca. 18 etages in opdracht van de Levensverzekeringsmy De Utrecht. Maar deze bouwhoogte werd door de dienst Stadsontwikkeling niet geaccepteerd vanwege de historische omgeving. Nadat de naastliggende terreinen waren aangekocht werd een lager gebouw van 7 lagen ontworpen met een T-vormige plattegrond. De gewenste aansluiting met de historische omgeving heeft geleid tot een staalskeletbouw met gemetselde muren. De hardhouten raamkozijnen hebben dubbele taatsende ramen. Meest opvallend is de glazen dakopbouw en het veelhoekige, expressieve dak.

Woonhuis Ponsen was een bungalow op dynamisch vormgegeven pilaren zodat de begane grond open was en alleen een garage herbergde. De open zuidelijke gevel had een grote glaspui met een ruim balkon aan de living. De voordeur was aan de dichte noordzijde gesitueerd. De gevel van de garage was voorzien van een kleurrijk abstract sgrafitto in combinatie met mozaïek van beeldend kunstenaar H. op de Laak. Ook de Ambachtsschool aan de Wibautstraat is voorzien van kunstwerken van Op de Laak, zoals de betonreliëfs in de gangen en de traphal. De combinatie van kunst en architectuur was wederom door Le Corbusier gepropageerd.
Tal van projecten van Ingwersen kregen destijds een bespreking in de tijdschriften als Bouw, Bouwwereld en Bouwkundig Weekblad of werden in de landelijke dagbladen zoals Trouw, Parool en de NRC besproken. Zelf publiceerde Ingwersen maar zelden. Meest bekend is zijn artikel in Cement uit 1965 dat over Le Corbusier handelt. In de contemporaine geschiedschrijving worden met name de Ambachtsschool en Autopon van De Geus en Ingwersen besproken.

Opleiding: MTS Amsterdam/;Academie van Bouwkunst, Amsterdam

Nevenactiviteiten: Stichting Bouwgarantie Utiliteitsbouw/1970-/lid College van Toezicht